Bösendorfer 1890

Deze historische Bösendorfer Concertvleugel dateert uit het bouwjaar 1890.  In die tijd leefde en leidde de zoon van stichter Ignace Bösendorfer nog steeds het bedrijf.  De piano is dus gemaakt met het originele werkvolk.
Bijzondere kenmerken aan de piano: de 2m80cm lengte; 92 toetsen (uitbreiding van een grote terts in het laag register (tot lage fa)).  De mechaniek is modern Weens.  Zo'n 10 jaar voor men overgestapt is op de dubbele repetitiemechaniek.  De Weense mechaniek stond toen op zijn best.  Toch blijft het verschil voelbaar en moet je als pianist (leren) voeling hebben met de touché.  Een speciaal iets over de touché is dat men bij de pp-dynamiek een dubbele bodem heeft.  Men kan bij dubbelpiano onder een soort drempel waarbij men naar vierdubbel-piano kan gaan.  De hamers tikken heel even de snaren aan.  De piano op zichzelf is een karakterinstrument.  Het is een piano waarmee het van persoon tot persoon klikt of niet.  Doch vraagt het instrument even wennen bij het inspelen.  Het is vraag en antwoord, maar met de juiste intentie begint de piano enorm te zingen.
De piano is volledig gerestaureerd.  Hij heeft de kracht van een halve vleugel (ca. 2m), maar de klankkleur van een concertvleugel.  Ideaal dus voor o.a. "kamermuziek"-repertoire. De globale klank is over de hele lijn heel introvert en warm.
Onderverdeeld hebben we in het middenregister een hele mooie neuzige, zangerige toon.  Ideaal voor lyrische melodieën, warme jazzakkoorden, introverte liedbegeleidingen. In die regio kan men onvoorstelbaar veel verschillende kleuren teweeg brengen.  De "Touching Sound" van de Bösendorfer piano's.
Zakkend hebben we van bariton/tenor-register een warme cello-achtige sound.  Door de Weense mechaniek strelen de hamers naast het aanslaan heel kort de snaren.  Vandaar de "gestreken" klank.
Alles onder die tessituur gaat over in een stoere, uiterst zuivere, rechtlijnige basklank.  Met een orgel vergeleken een registratie in de zin van een Gedekte 16'/32' gecombineerd met een Bazuin 16'/32'. 
Geen vuile onduidelijke slag zoals bij vele piano's. Boven het middenregister hebben we dan een zacht, parelende discant. En dan hebben we het nog niet gehad als men de una-corda-pedaal begint te gebruiken.  De verschillende graduele standen helpen enorm bij het kleuren. Het allerhoogste octaaf is gezien het bouwjaar (1890) een stuk zwakker in vergelijking met een ingespeelde concertvleugel van een paar jaar oud.  Dit is heel normaal voor die tijd. Diaposon is 440-441Hz.  De piano wordt in concertstemming gehouden op gehoor volgens officiële methode van de Steinway & Sons-fabriek te Hamburg, Duitsland.

Deze piano kan exclusief gehuurd worden voor

Gezelle Gezongen

Stuur een mail voor verdere afspraken.

p1p2p3p4